Wat is er aan de hand?

Het rode vierkantje staat symbool voor de strijd die studenten en docenten voeren tegen de jarenlange afbraak van het hoger onderwijs.

De afgelopen 20 jaar gaat er steeds minder geld naar het onderwijs. De rijksbijdrage per student is enkel afgenomen terwijl het aantal studenten juist is gestegen. Nederland zet vergeleken met andere EU landen überhaupt al een significant kleiner bedrag opzij voor het onderwijs.

Met de verhoging van de studiekosten, het afschaffen van de studiefinanciering en de door de overheid ingevoerde bezuinigingsrondes van de afgelopen jaren hebben bestuurders van onderwijsinstellingen het druk met manieren bedenken om het hoofd boven water te houden.

Een van de gevolgen van de bezuinigingen is bijvoorbeeld het veranderen van de voertaal van studies van Nederlands naar Engels om meer internationale studenten aan te trekken. Dit kan nadelige gevolgen hebben wanneer docenten zich minder goed kunnen verwoorden in deze andere taal, of wanneer studenten de vaktermen niet in hun eigen taal leren.

Andere manieren om geld te besparen zijn helaas nog destructiever, en komen terecht bij faculteiten die niet genoeg studenten binnenhalen, zoals de alfa en gamma faculteiten. Vakken, talen en hele studies worden wegbezuinigd, of studies worden samengevoegd waardoor de kundigheden die studenten horen te vergaren algemener worden en kennis verloren gaat. 

Als docent in het hoger onderwijs heb je een onzekere aanstelling omdat ofwel jij of zelfs jouw hele vakgebied de volgende bezuinigingsronde wellicht niet overleeft, geef je les aan overvolle werkgroepen waar niet genoeg tijd is voor individuele aandacht, en krijg je stapels werk die je onmogelijk in jouw betaalde tijd afkrijgt. 

Als student, zeker in de benadeelde faculteiten, kunnen vakken en talen van het ene op het andere jaar weg zijn. Er wordt druk gelegd opdat je zo snel mogelijk afstudeert terwijl het niveau van het onderwijs wat jij krijgt enkel achteruit gaat.

De huidige minister van OCW, Ingrid van Engelshoven, wil dat het hoger onderwijs aansluit op de vraag van de markt, en heeft daarom de Commissie van Rijn aangesteld om na te denken over hoe er meer geld naar technisch en beta onderwijs kan gaan. Deze neoliberale aanpak zorgt ervoor dat alleen studies die direct in dienst staan tot de economie waardevol zijn. Bestuurders van onderwijsinstellingen worden aangemoedigd om geld van alfa en gamma studies te overhevelen naar beta en techniek.

Wat studenten, docenten en wetenschappers nu al jaren proberen te zeggen is dat de rek er compleet uit is. Vakgebieden kunnen niet tegen elkaar uitgespeeld worden, omdat alfa, beta en gamma alledrie belangrijk zijn en investeringen vergen.